Nieuws & reflectie

Op deze pagina deel ik berichten vanuit het atelier: korte notities, aankondigingen en beschouwingen over het werk, de traditie en wat daaruit groeit. Het zijn momenten van aandacht — geen vaste reeks, maar wat het delen waard is.

Wie automatisch op de hoogte wil blijven van nieuwe aanvullingen, kan zich hieronder aanmelden via de knop.


Kiezen binnen wat er al is



Op tafel liggen voorbeelden van iconen, gevonden op internet en in boeken. Op sommige staan Jozef, Anna en Maria links en rechts alleen Simeon. Andere laat een andere verdeling zien: Jozef en Maria links, Simeon en Anna rechts. Eeuwenoude afbeeldingen en beide indelingen kloppen. Ik mag kiezen, niet alleen deze verdeling maar ook tussen variaties van andere onderdelen van de icoon.

Dat kiezen doe ik bij deze nieuwe icoon dit keer niet alleen. Komend jaar werk ik een aantal dagen per maand samen met anderen aan hetzelfde onderwerp: een eigen icoon van de Ontmoeting van de Heer in de Tempel. Een leraar kijkt mee.

Het feest valt op 2 februari, veertig dagen na Kerstmis. In de rooms-katholieke Kerk heet het de Opdracht van de Heer in de Tempel, ook bekend als Maria Lichtmis. Maar wat er gebeurt is meer dan gehoorzaamheid aan de Wet. In de Oosterse Kerk heet hetzelfde feest Hypapante, de Ontmoeting: niet alleen zijn eigen volk, maar in Simeon en Anna de hele mensheid ontmoet hier haar God. Diezelfde openbaring aan de wereld vieren we in het Westen eerder, met Driekoningen als de drie wijzen uit het Oosten hun eer komen brengen.

De icoon van de Ontmoeting laat zien hoe Maria en Jozef het kind naar de tempel brengen, zoals de wet dat vraagt. Maar wat daar gebeurt is meer dan een ritueel bezoek. Simeon en Anna herkennen in het kind de Messias, voorzegd in het Oude Testament. Het is een ontmoeting tussen oud en nieuw, tussen wat beloofd was en wat nu voor hun ogen verschijnt. Beiden zien hun verlangen vervuld: Simeon, die het kind in zijn armen ontvangt, zingt Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan (Lucas 2,29, NBV21). Anna gaat het vertellen aan ieder die het horen wil.

Dat hier meer gebeurt dan de zoveelste opdracht van een eerstgeboren zoon in de Tempel, vertelt ook de architectuur. Ze krijgt trekken die er in Simeons tijd nog niet konden zijn: een bijbelboek op het altaar, een voorhangsel dat opzij is gehangen en bij Jezus’ dood doormidden zal scheuren, een ronde vorm die doet denken aan de apsis van een christelijke kerk. Het Nieuwe ligt al besloten in het beeld van het Oude.

Voor mijn eigen ontwerp staat Christus op de middenas, precies in het midden van het paneel. Hoe klein ook tegenover de andere figuren, Hij is het middelpunt van deze feesticoon.

Nog een keuze: Maria houdt het kind nog vast en biedt het aan Simeon aan, zij is tenslotte de Theotokos, de Moeder Gods. Simeon zelf is groter en prominenter dan de andere figuren. Niet omdat hij dichter bij de toeschouwer staat, zoals perspectief zou voorschrijven, maar om de plaats die hij in dit feest inneemt. Typerend voor iconen: grootte volgt betekenis, niet afstand.

De verdeling die ik eerst voor ogen had, links het nieuwe met Maria en Jozef, rechts het oude met Simeon en Anna, liet ik daarmee los. Anna kwam ook links te staan. Een cirkel hielp bij die beslissing. Getrokken over een van de voorbeelden bleek dat de buitenste figuren de rand van diezelfde cirkel volgen en zo het mysterie omsluiten van Gods komst onder de mensen. Die links-rechtsindeling doet er niet meer toe.

Nieuw is deze icoon dus niet omdat ik iets bedenk dat er nog niet was. Nieuw is ze omdat elke keuze binnen wat er al ligt, opnieuw gewogen wordt. Had ik het kind bij Simeon gelegd in plaats van bij Maria, dan stond Anna nu aan zijn kant, niet aan de hare. Zulke keuzes gaan niet over wat mooi uitkomt. Ze gaan ook over wat ik als schilder wil laten wegen: hier, de Moeder Gods die vasthoudt wat ze later, aan het kruis, weer zal moeten loslaten.

Het gebed van Simeon klinkt nog elke avond. In het Romeins brevier staat het bij de laatste bede van de dag. “Nu laat U, Heer, uw dienaar in vrede heengaan” De dag in vertrouwen loslaten, avond na avond geoefend, voor het moment dat het groter gevraagd wordt.



Groen en rood



Ik trek een lijn. Aan de buitenrand een brede baan olijfgroen en daaroverheen een dunnere rode lijn. Het is bijna de laatste handeling voordat een icoon af is. Na een schilderproces met heel veel variaties in kleur en kleurvormen eindigt het in deze terugkerende zelfde handeling. Rechte lijnen en dezelfde kleurcombinatie komt bij elke icoon terug en omsluiten de beeltenis met alles wat erbinnen ligt.

Het klinkt als routine maar dat is het voor mij niet. Een lijn trekken met een penseel langs een lineaal die boven/naast de icoon hangt, is iets anders dan met een potlood over papier gaan, waarbij de lineaal vlak op het papier ligt. De hoek van mijn hand, de vulling van het penseel, de druk waarmee ik het over de icoon beweeg: verandert er onderweg iets, verandert ook de lijn. Die blijft dan niet recht. En omdat het groen dekkend is, laat een afwijking zich niet zomaar corrigeren. Met een beetje pech beschadig ik de rand en moet niet alleen de lijn maar ook de hele rand opnieuw. Spannend blijft het.

De vaste kleuren vervelen me ook niet. Ze zijn niet willekeurig gekozen. Het olijfgroen verwijst naar het olijftakje dat de duif terugbracht naar de ark, het teken dat Noach kreeg dat de zondvloed voorbij was en er weer land was om op te leven (Genesis 8). Een nieuw begin, een nieuw leven. Olijfgroen om de beeltenis heen brengt dat in herinnering. De icoon wordt zo als een ark. Zoals de mens en de dieren de ark verlieten om opnieuw te beginnen, wacht dat nieuwe Leven binnen de icoon op wie er naar gaat kijken.

Het dunne rode lijntje, boven op het groen, loopt door en bedekt ook de zijkanten van de plank. Rood is de kleur van de aarde, van het stof waaruit de mens gevormd is, het materiële zelf. Ook een icoon bestaat uit niets anders: een plank, pigmenten uit planten, mineralen en dieren, huidenlijm en eigeel om ze te binden. En een paar handen die dat allemaal samenbrengen. Uit die materie ontstaat zo een plaats waar een ontmoeting met God wacht. Het is dun, dat rode lijntje, maar omvat het allemaal.

Die lijn is ook een grens. Het maakt onderscheid tussen buiten en binnen de lijn. Buiten is ons dagelijks leven. Wat erbinnen ligt, is geen illustratie bij een verhaal uit de Bijbel, maar een ontmoetingsruimte met God. Met Hem die geen verbeelding ooit helemaal vangt. De verf, het paneel, de pigmenten, al die materie helpt mij om iets te zien van wat ik met het blote oog niet zie. Daarom noemt de traditie een icoon weleens een venster op de eeuwigheid. Deze grens beperkt niet, ze maakt een grenzeloze ruimte.

De nieuwe schepping beperkte zich ook niet tot Noach en zijn tijd. Het is Christus die de re-creatie tot voltooiing brengt. Niet als herstel van het oude, maar als iets wat werkelijk opnieuw begint. Zijn geboorte, leven, dood en opstanding vernieuwen de hele schepping. Daarvan getuigt elke icoon, ook wanneer het onderwerp een ander is dan Christus zelf.

Ook die vernieuwing trekt zich niets aan van een vaste datum. Ze zet zich voort in ieder mens die leeft. Door Hem, met Hem en in Hem mag een mens zich blijven vernieuwen, transformeren, steeds meer gaan lijken op God. De oosters-orthodoxe traditie noemt dat theosis: geen belofte voor later, maar een weg die hier op aarde al begint, in dit leven, in en met het stof.

Lijken op God worden is geen synoniem voor God worden. Theosis is deelnemen aan het goddelijk leven, niet erin opgaan: de mens blijft mens, zoals de plank plank blijft en het pigment pigment. Maar op een icoon transformeert materie, dezelfde plank en dezelfde pigmenten waarmee ik begon, in iets bezields, in Leven. Niet omdat de verf zelf verandert, maar omdat ze een plek krijgt waar het Leven doorheen kan schijnen.

Terwijl ik de lijn trek, ben ik daar natuurlijk niet mee bezig. Al mijn aandacht zit bij mijn hand, bij de hoek van het penseel, bij de vraag of de lijn recht blijft. Maar ik weet het wel: het Leven binnen die lijnen trekt zich niets aan van een grens. Het stroomt overvloedig over de rand. Wie er oog voor heeft, ziet het.



Omega – de witte lijn


De laatste lijn is wit: een cirkel om het aureool, spierwit deze keer. De beeltenis is klaar: gezicht en handen, de kleding en het boek. Maar de icoon als geheel, de plank, beeld en achterkant samen, nog niet. Voor dit paneel het atelier verlaat, is er nog werk te doen: een aantal lagen vernis over de voorkant, een ophangsysteem op de achterkant. En op die achterkant komt ook een Grieks kruis, met de letters IC XC NIKA — Jezus Christus overwint.

Eerder schreef ik over de eerste cirkel: met rood getrokken na het schuren en het goudleggen. De Alpha. Daarna begint het schilderwerk waarbij het wit van de kale plank onder de kleur verdwijnt. En nu is de tweede getrokken: de Omega. Van wit naar kleur naar wit: de cirkel is rond.

Er zijn meer cirkels dan deze. Voor mij hoort het bidden niet pas bij een voltooide icoon, maar ook bij het schilderen ervan. Elke schilderdag begint en eindigt met gebed. Tussenin keer ik tot het bidden terug bij de eerste lijn op een nieuwe plank en bij de Omega die deze beeltenis afrondt. Begin en einde markeren. Woorden uit het iconografisch gebed en de regels voor de iconenschilder lopen mee in het hele proces. Voor de afronding is dit uit de regels heel toepasselijk:

“Als je icoon voltooid is, dank dan de Heer, dat Zijn Barmhartigheid je de genade heeft verleend, de Heilige Beeltenissen te schilderen.”

Voor als ik het zou vergeten: mijn talent is geen verdienste, maar een gave die mij is toegevallen. Als schepsel mag ik, met wat de schepping mij geeft, iets teruggeven.

Voor ik ook maar één lijn zet, is het hout er al, zijn de kleuren er al. Tastbare dingen die wachten. Het schilderen ordent dat stoffelijke tot een beeltenis van een werkelijkheid die we niet zien. Dan gaat de icoon de wereld in, en laat de Heilige zien aan wie ernaar kijkt. Soms raakt ze iemand voorbij het esthetische.

Ik sta middenin een beweging die van vóór mij komt en na mij doorgaat — waar het zichtbare het onzichtbare raakt. Mocht ik dat ooit vergeten, komt het met de regels weer onder ogen, bij het gebed:

“Vergeet nooit de vreugde: om de iconen in de wereld te verbreiden, van het werk zelf van de iconenschilder, om de heilige de mogelijkheid te geven om door zijn icoon te stralen, om in gemeenschap te zijn met de Heilige van wie je het beeld schildert.”


Icoon van de Christus Pantokrator – Christus Heerser van het Al


Johannes de Voorloper



Op de icoon van de Doop rust één hand van Johannes op het hoofd van Christus. Zijn andere hand, en zijn blik, gaan omhoog, naar de plek waar de hemel openscheurt en de duif neerdaalt. Ik ben deze weken bezig met het bijschaven van een lezing over deze icoon en merk weer op dat Johannes meer is dan de figurant naast Christus in het water.

De kalender wijst op die grotere plaats. Op 29 augustus viert de kerk zijn dood. Of beter: viert zijn hemelse geboortedag, zoals bij heiligen gewoon is. Maar op 24 juni viert de kerk ook zijn aardse geboorte en dat is bijzonder. Want naast Christus zijn het alleen Maria en Johannes van wie ook die aardse geboorte liturgisch wordt gevierd.

Die bijzondere positie van Maria en Johannes wordt ook verbeeld in een ander icoontype, die je vaak terugvindt op de iconostase, de wand met iconen die in oosterse kerken het altaar afscheidt. Christus zit dan meestal op een troon in het midden. Maria zie je aan zijn rechterhand en aan zijn linkerhand Johannes.

In de icoon van de Doop zie je Johannes zoals de Westerse kerk hem kent: Johannes de Doper. De oost-orthodoxe traditie noemt hem Johannes de Voorloper. Zelf vind ik een toepasselijker naam omdat daarin meer rollen liggen besloten dan wat hij bij de Jordaan vervulde.

Hij is een voor-loper: iemand die vooruitloopt op wat komen gaat. Eerder geboren dan Christus, bereidt hij het volk voor op Zijn komst. Als profeet kondigt hij die komst zelf aan. Hij begint met dopen en voorzegt dat Jezus zal dopen met de heilige Geest. Hij getuigt al van Jezus als de Messias, voordat Jezus dat zelf in het openbaar doet. En als martelaar gaat hij in het lijden van Christus voor, trouw blijvend aan zijn God. Vijfmaal gaat hij voor, telkens op een andere manier.

De komst van de Messias maakt hem ook tot verbinder tussen Oud en Nieuw. Die boog is groter dan het aardse leven van Johannes, en dat vermoeden hadden zijn tijdgenoten ook: in de joodse verwachting zou Elia terugkeren vlak voor de komst van de Messias. Johannes ontkende het zelf toen ze het hem vroegen. Maar Christus duidt er later wel naar: hij is Elia, die komen zou (Mat. 11,14, NBV21).

Een ander onderdeel van die boog is de vervulling van een belofte uit Jesaja:

Hoor, een stem roept in de woestijn:
baan voor de HEER een weg, effen in de wildernis een pad voor onze God.
Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd,
laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.
De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft.

(Jes. 40:3-5, NBV21)

Op de icoon zie je dat letterlijk: tussen twee steile bergketens ligt één vlak middenstuk. Precies daar, in de middenas van de icoon, scheurt de hemel open en openbaart zich de Drie-ene God. De stem van de Vader klinkt. De Geest daalt neer in de gedaante van een duif, op Christus, de Zoon.

Daarheen gaan ook de blik en de linkerhand van Johannes, terwijl zijn rechterhand nog op het hoofd van Christus rust. Er zit schrik in die houding, maar geen ongeloof – eerder het ontzag van wie beseft hoe groots het is wat hier gebeurt. Geen angst, maar wat de psalmist zingt: bij U is vergeving, daarom eert men U met ontzag (Ps. 130,4, NBV21).

Een icoon is geen foto van een moment, maar laat een eeuwig nu zien: profetie, vervulling en de belofte van wat we nog worden, vallen op deze plank samen. Johannes was toen het scharnier daartussen, maar diezelfde belofte klinkt door in onze eigen doop, tot in ons nu. Zoals Irenaeus schreef: Het Woord werd wat wij zijn, om ons te maken wat Hij is.
(Irenaeus van Lyon, Adversus Haereses V, praefatio)

Toen, nu en altijd.



Transfiguratie van een kleed


Jarenlang lag deze icoon afgedekt, in het donker. Niet vergeten, maar ook niet opgepakt. Deze zomer, bij de broeders van Bethlehem in de Franse Alpen, kwam er weer leven in.

Het is de getroonde Christus, met aan weerszijden een engel. Links Agape, de Liefde, rechts Sophia, de Wijsheid. Drie gestalten waarin God zich toont: zijn glorie in het Goddelijk Licht van Christus, zijn Liefde en Wijsheid in de engelen aan zijn zijde. Anders dan het voorbeeld waarnaar ik werk, koos ik voor Christus’ kleed niet de gangbare kleur, maar wit.

Wit is in de iconentraditie een van de manieren om het Goddelijk Licht te verbeelden, naast bijvoorbeeld goud of een stralenkrans. Strikt genomen is het zelfs geen kleur. In de schilderkunst maakt wit een kleur lichter, of het verschijnt zuiver, precies op de plek waar het licht op de materie valt. Een icoon kent geen vaste lichtbron en het licht lijkt van overal te komen, ook van binnenuit. Hier is het kleed zelf het Goddelijk Licht: wit dat alle kleuren in zich draagt.

Puur wit voor het hele kleed zou echter vlak blijven, zonder diepte. Binnen de iconentraditie begint alles met de donkere kleuren, een weg die ik voor dit wit ook volg. Rood voor het onderkleed, blauw voor de mantel. Daaroverheen transparante witte lagen, waardoor rood en blauw naar wit neigen zonder het te worden: altijd blijft iets doorschemeren. Daarnaast krijgen bepaalde plekken witte vormen, tot dekkend toe. De hoogste lichten worden zuiver dekkend wit, met de allerlaatste accenten in goud. Door het contrast kan ik spelen met die lichte vlakken en ontstaan stralen, patronen, bewegingen van licht. Licht heeft schaduw nodig om licht te worden.

Dat samenspel van licht en schaduw staat niet op zichzelf. Iconen staan nooit los van Traditie en de Schriften. In de oosters-orthodoxe traditie worden ze zelfs gelijkwaardig beschouwd aan het Woord. Het is dan ook niet toevallig dat wit als Licht, als verbeelding van Gods Heerlijkheid, in de Bijbel terug te vinden is. Nog maar net, op 6 augustus, is het feest van de Transfiguratie gevierd, de gedaanteverandering van de Heer. Jezus neemt drie leerlingen mee de berg op, waar zijn kleren werden wit als het licht (Mat. 17,2, NBV21).

Sommige iconen van het feest tonen ook wat eraan voorafging en wat erop volgde: Jezus met zijn leerlingen op weg naar boven, en weer naar beneden. Daar draagt Hij het gewone rode onderkleed en de blauwe mantel. Alleen in het eigenlijke tafereel, op de berg zelf, verschijnt Hij in stralend wit. Het Goddelijk Licht transformeert van binnenuit ook de mantel die zijn menswording verbeeldt. De Mens wordt Licht. Wij zijn uitgenodigd ons door dat Licht te laten veranderen.

Al bij het begin schrijft de psalmist over God: Met glans en glorie bent U bekleed, in een mantel van licht gehuld (Ps. 104,2, NBV21). Deze psalm van de schepping bezingt hoe alles wat is uit dat licht is voortgekomen. Wat op de berg zichtbaar wordt, was er dus al vanaf het begin, alleen door de leerlingen nog niet gezien.

Ook in de icoon die ik nu onder handen heb, schemert de Transfiguratie al door.



Alpha – Het begin dat pas na het goud komt


Eén van mijn cursisten is bijna klaar met het goudleggen op het aureool. Er is al een hele weg afgelegd. De heilige die wordt afgebeeld is al de nodige keren door de vingers gegaan. De voortekening is eerst in potlood gezet, opnieuw getrokken bij het overbrengen en tot slot geschilderd op de plank.

Daarna alle aandacht voor het aureool, wat vooral geduld en doorzettingsvermogen vraagt. De ondergrond wordt in lagen aangebracht, telkens tussendoor geschuurd, tot een dikke laag overblijft die met steeds fijner papier wordt bewerkt totdat het oppervlak volledig egaal en glad is. Pols en hand protesteren wel eens, worden moe. Maar er is geen kortere weg dan laag na laag totdat het goed is.

Ook dan is het nog niet klaar. De onderlaag voor het goud wordt nog meerdere keren gepolijst voor het goud zelf wordt opgebracht. Spannend blijft het altijd: blijft het plakken, zitten er geen storende putjes of stofjes onder? Goud laat zien wat er is. Zonder oordeel, maar ook onverbiddelijk: elk krasje, elke onzuiverheid wordt zichtbaar. Het is geen tapijt waaronder je de ongerechtigheden kunt vegen.

Wat er nu volgt, is een cirkel. Rood, getrokken om het aureool van de heilige. Deze lijn wordt Alpha genoemd. Naar de eerste letter van het Griekse alfabet en rood is de kleur van het aardse. Het trekken ervan voelt als een klein feest na de vermoeide vingers van het schuren, de spanning van het goudleggen: een fysieke fase wordt hier afgesloten. Tegelijk opent de cirkel iets nieuws. Nu mag de ziel meer aan het woord komen en dat geeft een gevoel van ruimte. Alsof je door een deur stapt naar iets groters, waar het werk nu pas goed op gang komt.

Het is tijd voor het roskrish. Het is een term uit de Russische iconenschilderkunst, afgeleid van het werkwoord voor openen, ontsluieren. Het wit van de plank gaat bij deze stap over in een palet aan kleuren, zoals een prisma een witte lichtstraal breekt in een regenboog.

Het Licht valt door het prisma van onze ziel, en de kleuren die daaruit ontstaan, staan voor leven. Zonder het witte Licht geen kleur en leven. Al komen de kleuren uit de goddelijke bron, zij zijn wel aards en omvatten op zichzelf minder dan het witte Licht.

Maar ieder mens is uitgenodigd om tot dat Licht te komen, door een omvorming van het hart die van binnenuit groeit. Daar bestaat een woord voor in de oosterse traditie: theosis, vergoddelijking. Niet in één keer, maar steeds weer een beetje, laag na laag.

Dat is de weg van de kleur die de schilder nu opgaat, van het donker naar het Licht: ook de verf zelf wordt laag na laag lichter opgebouwd. Deze eerste kleuren zijn dan ook donker en grof van pigmentstructuur. Later worden de meer lichte en heldere kleuren gebruikt en zijn de pigmenten fijner.

Aan het einde van dat proces keert de schilder terug naar die eerste cirkel. Er komt een nieuwe lijn omheen, spierwit deze keer. De omega, de laatste letter van het Griekse alfabet. Het proces sluit zich, van wit naar kleur naar wit. Daarmee duidt de schilder nog iets anders. Van de rode cirkel tot de witte en alles wat daartussen gebeurt.

Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. (NBV21 Openbaring 22:13)



Icoonschilderen meerdaagse Helmond


Update – 24 juli 2026
Naast de week van 3 augustus is er ook ruimte van maandagmiddag 10 augustus t/m vrijdag 14 augustus, zelfde tijdsblokken.

Soms ligt een icoon jarenlang stil en komt opeens weer in beweging. Nou ja, opeens. De stilte, de monastieke dagorde met rust, werk en gebed, en die opeenvolgende dagen brachten het weer op gang. Zowat elke dag een aantal uren omgaan met het beeld, verf en penseel is intensief, maar werkt anders dan een ochtend of middag per week.

Niet toevallig duren sommige cursussen meerdere dagen. Wat in een losse middag nauwelijks op gang komt, krijgt in een week de ruimte om door te zetten. Van de lege witte plank naar de donkerste kleuren. Dan laag na laag, steeds lichter, tot er een beeld verschijnt.

Begin augustus is er gelegenheid om een week aaneengesloten door te werken in het atelier in Helmond. Een los dagdeel, of een enkele dag, is net zo goed mogelijk.

Van 3 tot en met 7 augustus kan je elke dag van 9:00–12:00 en 13:30–16:30 uur terecht. Max. 4 cursisten per dagdeel, aanmelding noodzakelijk.

Alle informatie over de trajecten, tarieven en het aanmelden vind je op de pagina icoonschilderen leren. Een bericht sturen kan ook.



Apart samen


Terug van mijn stille tijd in de Franse Alpen wacht de laatste afwerking van de icoon Christus Pantocrator. Het gezicht is sprekender geworden, de ogen zijn bijgewerkt en wat nu nog rest zijn de randen. Eerst een lichte rand rondom de kuip, het verdiepte vlak waarin het beeld ligt, dan olijfgroen en rood aan de buitenkant. Als allerlaatste komt dan nog een spierwitte lijn rondom het aureool. De cirkel is hiermee rond: van witte plank naar die laatste witte lijn.

Ondertussen ligt er al een nieuwe plank klaar voor een nieuwe cursist. Het wordt een Maria icoon met de traditionele kleuren voor haar mantel en onderkleed: rood/purper en blauw. Op andere Maria-iconen zie je ook andere kleurkeuzes. Toch hebben deze mijn voorkeur. En dat heeft alles te maken met de icoon van de Christus Pantocrator.

Je ziet het wanneer je ze naast elkaar zet: de kleuren zijn gespiegeld. Bij de Moeder Gods is de mantel rood/purper, het onderkleed blauw. Bij de Christus Pantokrator is het precies andersom: het onderkleed rood, de mantel blauw.

Elk detail in een icoon draagt betekenis, ook de kleuren. Niet als een vast woordenboek, eenduidig toe te passen op alles. Het is theologische poëzie, en poëzie beweegt mee: met de beeltenis, de iconenschool, de tijd waarin ze ontstond. Een taal die zich laat lezen volgens de traditie, maar die niet verstart.

Zo draagt blauw zowel het menselijke als het goddelijke mysterie in zich. Bij Maria vind je die combinatie terug: ze was bovenal mens en tegelijk ongewoon zuiver van geest. Daardoor was zij ontvankelijk om God in haar schoot te ontvangen. Hij bekleedde zich met menselijkheid, een onuitsprekelijk mysterie dat door de blauwe mantel van de Christus Pantokrator in één blik zichtbaar wordt gemaakt. Eén kleur, gedragen door twee figuren, en bij allebei zit het menselijke en het mysterie in elkaar verweven.

Het dieprode, neigend naar purper, is van oudsher een koninklijke kleur, een teken van glorie. De mantel van de Moeder Gods staat zo voor haar uitverkiezing. De Geest die over haar kwam en de kracht van de Allerhoogste die haar overschaduwde (Luc. 1,35) bekleedden haar met goddelijkheid, iets wat haar overkwam. Bij Christus is het net andersom. Zijn purperen onderkleed laat geen ontvangen zien, maar wat Hij al was voor het begin van de tijden. God.

Een witte plank ligt te wachten op de kleuren die de Moeder Gods verbinden met haar Zoon, ook al zal Hij zelf niet op deze icoon te zien zijn. De Akathisthymne komt in mijn gedachten, waarvan ik afgelopen maand elke zaterdag een paar coupletten in de Metten heb gehoord.

Réjouis-toi, tu contiens Celui que rien ne peut contenir,
Réjouis-toi, porte du Mystère le plus secret,
Réjouis-toi, nouvelle incompréhensible sans la Foi,
Réjouis-toi, gloire éclatante pour la Foi.

Verheug u, want u draagt Hem die door niets kan worden bevat,
Verheug u, poort van het meest verborgen Mysterie,
Verheug u, zonder het geloof onbegrijpelijk nieuws,
Verheug u, stralende glorie voor het geloof.

Akathisthymne, liturgie van de Monastieke Familie van Bethlehem, Monastère de l’Assomption Notre-Dame, Currière-en-Chartreuse; eigen vertaling



Een open boek


Een icoon spreekt zonder woorden. Maar soms opent het boek zich en staat er ook nog eens iets geschreven. Niet zomaar neergekrabbeld, ook niet zomaar gekozen.

De woorden die in dit boek komen te staan zijn: Vrede laat ik u; mijn vrede geef ik u. Ze klinken vlak voor de communie tijdens de Eucharistieviering. Het is de inleiding op de vredeswens. De priester spreekt ze uit en nodigt de gemeenschap uit: wenst elkaar de vrede. Met een gebaar, een handdruk, soms een omhelzing.

Wat een mooie timing in de viering! Het eucharistisch gebed trekt een verticale lijn: omhoog, naar het goddelijke, het transcendente. Visueel geaccentueerd door het opheffen van de hostie en de beker. En dan, vlak voordat Christus wordt ontvangen, wordt er een horizontale lijn getrokken: het contact met de medemens. Die twee lijnen vormen het kruis. En precies in dat midden, op de plek waar ze elkaar snijden: daar was en is Christus, de God-Mens. In het midden van de gemeenschap, bijeen in de Eucharistie.

Voor deze icoon zijn deze woorden dan ook gekozen als woorden van verbinding. Eerst binnen de liturgie, dan voorbij de kerkdeur: vrede geven aan wie je tegenkomt. Zulke woorden zet je niet zomaar even neer. De letters worden eerst ontworpen op papier, met varianten naast elkaar en verhoudingen afgewogen. Dan pas komen ze op de plank: geschilderd in tempera, laag na laag en afgesloten met een enkel goudstreepje.

Welke taal je gebruikt voor de teksten, is bij een icoon niet altijd even vrij. De naam van Christus en de letters in het aureool zijn Grieks of kerkslavisch. De naam van Maria evenzo. Dat ligt vast, van oudsher. Maar de tekst op een boek of boekrol kent die binding niet. Een Roemeense iconenschilder kan kerkslavisch gebruiken of Roemeens. Een Engelstalig lid van de Griekse Orthodoxe Kerk schrijft in een kerktaal of in het Engels. Ikzelf gebruikte vaak Latijn, zeg maar het esperanto van de Latijns-Westerse Kerk: een taal die over volkstalen heen verbindt en de gemeenschap groter maakt dan één streek of één tijd. Maar het is geen heilige taal, en geen taal maakt heiliger dan een andere.

Hier is gekozen voor het Nederlands. Niet als statement, maar vanuit de wens de boodschap zo toegankelijk mogelijk te maken voor wie hier en nu leeft. Vrede geven is de opdracht. Die opdracht klinkt het duidelijkst in de taal van de mensen aan wie ze gericht is.

Was het gebeuren bij de toren van Babel de oorzaak van vele talen en misverstanden, op de dag van Pinksteren verstond ieder in zijn eigen taal de Taal van God. De Geest daalde neer en ieder hoorde in zijn eigen taal de goede boodschap van verlossing. Het citaat dat hier gekozen werd staat in het evangelie van Johannes, in de hoofdstukken die onmiddellijk voorafgaan aan die belofte: de Trooster die komen zal, de vrede die hij achterlaat.

Deze icoon is geen Pinkstericoon. Maar wat er in te lezen staat wacht op hetzelfde: dat je de vrede die je ontvangt, doorgeeft aan ieder die je tegenkomt.



Sankir – wat voorafgaat aan het licht


Na de rode cirkel om het gouden aureool begint het schilderwerk. Gezicht, haar en handen krijgen in twee, soms drie stappen een bijna dekkende olijfgroene laag. Het sankir.

Deze kleur fascineert me, al vanaf het begin. Olijfgroen als grondkleur voor de huid: het is een wonderlijke keuze. Maar als je het sankir ontleedt, komen er verrassende duidingen tevoorschijn. Olijfgroen ontstaat uit drie kleuren. Blauw en geel, wat groen oplevert. En rood of bruin, wat het olijfgroen maakt.

De Prosopon School, in welke stijl ik het schilderen leerde, kent aan elk van die kleuren een betekenis toe. Geworteld in de oosters-orthodoxe traditie, maar met eigen accenten.

Blauw is de hemel, de Geest, het onuitsprekelijke mysterie. Geel het Ongeschapen Licht, de Goddelijke aanwezigheid. En de menselijke geest, voor zover die door dat licht verlicht wordt. Samen worden ze groen: de kleur van de Heilige Geest, van vernieuwing. Voeg rood toe, wat onder andere het aardse menselijk leven verbeeldt, en je krijgt olijfgroen.

Het sankir is donker, bijna somber. De symbolische betekenis sluit daarbij aan: een teken van de gevallen mensheid. Adam en Eva keerden zich af van Gods wil en werden mensen van de aarde, buiten het leven waarvoor zij waren bedoeld. God had de mens naar zijn beeld gemaakt, als deelgenoot aan zijn goddelijk leven.

Maar de val was geen eindpunt. De incarnatie, de menswording van Christus, opende die weg opnieuw. In de Oost-orthodoxe theologie heet dat theosis: de omvorming waartoe ieder mens is uitgenodigd. Athanasius van Alexandrië schreef het bondig op: God werd mens opdat de mens God zou worden.

Bij het schilderen van een icoon wordt dat proces zichtbaar. Het sankir draagt alles al in zich: hemel en aarde, de Goddelijke aanwezigheid en het aardse vlees. Het groen is er, als teken van de Heilige Geest, als belofte van vernieuwing. Maar het goddelijk leven ligt nog opgesloten in de donkere tint.

Stap voor stap voltrekt zich op het sankir een transformatie. Laag na laag komen lichtere tonen, en op het platte groene vlak komt een beeltenis tevoorschijn. Steeds lichter, steeds geconcentreerder, tot het goddelijk licht als laatste openbaart: bijna witte lijnen op het inkarnaat, gezicht, handen, voeten.

Het sankir blijft. In de schaduwpartijen van het voltooide gezicht schemert het altijd door. Een herinnering aan de beperktheid, aan de neiging de eigen wil te volgen. Maar het groen overheerst: de kleur van de Heilige Geest, van vernieuwing en leven.

Binnenkort sluiten we de Paastijd af met het hoogfeest waarmee de Goddelijke openbaring wordt voltooid: Pinksteren, de komst van de Heilige Geest. In de Russische Kerk is groen dé kleur van Pinksteren. Kerken vol groene takken en bladeren, priestergewaden in alle tinten groen, als teken dat Gods adem heel de schepping vernieuwt. Groen als de levenschenkende kracht van de Heilige Geest, die door doop en zalving in ons woont.

Dat dezelfde kleur de eerste laag vormt van elk gezicht dat ik schilder, is niet toevallig. Het sankir is schaduw, maar draagt het doel al in zich.



Vanuit het Licht naar het Licht


De hele icoon heeft al bijna alle schakelingen van donker naar bijna wit, en details zoals letters. Alleen de mantel van de Christus Emmanuel ligt er wat kaal bij. Een oranje vlak, niet egaal maar gemarmerd, en het wit van de plank schemert er nog doorheen. Klaar om met goudlijnen tot een stralend kleed te worden.

Klik op onderstaande foto voor de hele overweging. Daar vind je ook een videoimpressie over goudassist aanbrengen.


De H. Geest – de duif voorbij


Lucas verhaalt: [T]oen ook Jezus was gedoopt […] werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer […]

Op de icoon van de Doop van de Heer is die duif zichtbaar boven het hoofd van Christus, in de middenlijn van het beeld. Onmiskenbaar.

Vorige week gaf ik een lezing over deze icoon. Hij sluit de Kersttijd af maar is, zoals ik eerder beschreef, ook verweven met Pasen. Al ligt het hoogfeest van Pasen achter ons, de Paastijd eindigt pas met Pinksteren: het feest van de komst van de heilige Geest.

We kennen de afbeeldingen wel: in gebrandschilderde ramen, religieuze schilderijen en op postkaarten zweeft de heilige Geest als een duif met stralenkrans of in een straal van fel, helder licht. Ook in iconen wordt Hij regelmatig als een duif aangegeven, niet alleen in de context van de Doop. Een beeldkeuze die voor ons logisch lijkt, maar waarover binnen de iconentraditie andere meningen bestaan. Daarbij is er een voorkeur om de duif te beperken tot de icoon van de Doop, en ik volg die lijn.

Dat lijkt een beperking maar is het tegendeel. Want wie de duif overal gebruikt, maakt van de Geest een duif. En Hij is dat niet. Zelfs in de gedaante van een duif hoeft niet letterlijk een duif te zijn geweest, maar een beeld voor wat er op dat moment gebeurt: een neerdalende beweging van bovenaf, zacht en teder — kenmerken die de duif worden toegedicht — en wijzend op de aard van Jezus’ messiaanse zending.

Tegelijk verwijst de duif naar het offer dat Christus zal volbrengen, want duiven werden in de Tempel geofferd. En naar de nieuwe schepping die met de Doop van de Heer begint: denk aan die andere duif, die met de olijftak terugkeert na de Zondvloed, als teken dat de aarde weer opnieuw mag opbloeien vanuit de ark van Noach.

De duif vangt dat alles in één beeld. Maar de Geest is zoveel meer. Zowel in het Oude als Nieuwe Testament verschijnt Hij in beelden die je niet in één vorm kunt vangen: water, vuur, een bries, een hevige wind, het beven van de aarde.

God openbaarde zich aan Mozes in een brandende braamstruik, waarbij de traditie dit vuur verbindt met de aanwezigheid van God en Geest. Met Pinksteren komt de Geest over de leerlingen als ademtocht van de verrezen Heer en onder een hevige wind, als vuur.



Water en Pasen


Water dat doodt en water dat leven geeft: we kennen het uit de natuur. De vloed die alles meesleurt, maar ook de regen die droge grond openbreekt.

Bij het voorbereiden van een lezing over de icoon van de Doop van de Heer realiseerde ik mij opnieuw hoe verweven deze icoon is met de Paastijd, ook al sluit hij de Kersttijd af.

De bijbel kent dat water. De zondvloed bracht vernietiging waarna een nieuw begin met Noach mogelijk werd. Israël trok door de Rode Zee en liet zo de slavernij van Egypte achter zich, en trok door de Jordaan om het beloofde Land binnen te gaan. Momenten van een einde én bevrijding, een nieuw begin.

Met de Doop van Jezus in de Jordaan krijgt het water een nieuwe dimensie: het wordt gezegend door Hem die later een andere doortocht maakt, zijn lijden en dood, waarna Hij opstaat uit de doden. Met gezegend water word je gedoopt: een doortocht van een oud naar nieuw leven in Christus, verbonden met God.

In de icoon vind je alles terug. Bovenin het beeld is het water donker, doods, als de wateren van de zondvloed. Naar onderen toe wordt het lichter en krijgt het een zweem van groen: de kleur van vruchtbaarheid, het nieuwe leven dat doorbreekt. Onderin zijn kleine figuurtjes te zien die verwijzen naar de bevrijdende doortochten: links de Jordaan, rechts de Rode Zee, voorgesteld als een vrouwenfiguur op een vis. In de eerste eeuwen was de vis het herkenningsteken van de christen. Hij wijst hier naar ons, en alle gedoopten sinds de opstanding.

Je wordt christen bij je doop, waarbij je oorspronkelijk werd ondergedompeld in gezegend water. Een doortocht van een oud naar nieuw leven. Met die onderdompeling sterf je met Christus, om bij het weer boven water komen met Hem op te staan. Van oudsher is de Paaswake dan ook de nacht waarin gedoopt wordt en christenen hun doopbeloften hernieuwen en gezegend worden met het net nieuw gewijde water.

Zo is de icoon van de Doop van de Heer ook een Paasicoon.


Pasen 2026


De duisternis nam een lichaam maar ontmoette God
De duisternis nam de aarde maar kreeg de Hemel
De duisternis nam wat zichtbaar was
maar werd overweldigd door wat het niet had gezien!

Christus’ Licht heeft de duisternis overwonnen
Christus is verrezen en het Leven regeert
Christus is waarlijk opgestaan!

vrij naar een preek voor Pasen van H. Johannes Chrysostomus (c. 349–407)

Een zalig Pasen en Paastijd toegewenst!



Het rode doek – Goede Vrijdag


Op de icoon van de Aankondiging houdt Maria wol in haar handen. Bestemd voor het voorhangsel van de Tempel — het gordijn voor het Allerheiligste, waarmee God werd afgeschermd van het volk.

Zij zorgde voor het purper en scharlaken. Kleuren die staan voor het koninklijke, het goddelijke, en het aardse. In haar schoot werd Jezus, de God-Mens geweven.

Op Goede Vrijdag hangt Hij aan een kruis. Op klaarlichte dag trekt de duisternis over de stad, de aarde beeft. Een inktzwarte dag waarop God afwezig lijkt.

Maar net zoals in de Kersticoon Christus geboren wordt als licht in een inktzwarte grot, kondigt de glorie van Pasen zich ook nu al aan. In de woestijn werden de Israëlieten gebeten door giftige slangen — en iedereen die opkeek naar de bronzen slang die Mozes omhooghield, bleef in leven. Jezus citeert dat verhaal over zichzelf: ‘De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft.’ (Joh. 3:14, NBV21)

Opgeheven aan een kruis. En op dat moment scheurt het voorhangsel van de Tempel. Ontheiliging van de heiligste plek, de woonplaats van God? Maar het gebeurt niet door mensenhanden: het scheurt doormidden van boven naar beneden, niet andersom. Purper en scharlaken — de kleuren die het goddelijke en het aardse verbeelden, in Christus één — scheuren open. Het Heilige der Heiligen ligt open voor iedereen.

Stille Zaterdag is geen lege dag, maar vol verwachting. De binnenkamer is al toegankelijk, God is er al — niet pas na Pasen. Wat Maria spon voor de Tempel, scheurde open op Golgotha.

De poort staat open.



Het rode doek


Op de icoon van de Aankondiging van de Heer hangt een rode doek. Gedrapeerd tussen de twee gebouwen, hoog in het midden van de afbeelding. Het oog van de een valt er meteen op. Een ander gaat er aan voorbij.

Geef je het aandacht, zie je meer. Over die doek loopt een straal vanuit de Hemel die zich opent in drie lijnen naar Maria. Boven die drie lijnen een kleine cirkel met een spiraal, wat de werking van de heilige Geest verbeeldt. Lees verder



In het water, naar het Licht — lezing 14 april, Vessem


Detail van een icoon: Doop van de Heer met Johannes de Doper, Heilige Geest en engelen

Een icoon heeft lagen — letterlijk en figuurlijk. Ze worden opgebouwd van donker naar licht, van grondlaag naar het Licht dat het eindpunt is. En wat er onderweg verschijnt, is meer dan verf.

Op dinsdag 14 april geef ik een lezing in pelgrimsherberg Kafarnaüm in Vessem. We beginnen bij de Doop van de Heer: wat zie je, wat draagt dit beeld, en hoe raakt het aan bijbel en geloof vandaag? Daarna laat ik met beelden uit het atelier zien hoe een icoon ontstaat: van tekening op de kalklaag, via de eerste donkere verflagen naar het Licht dat als laatste wordt gezet.

Je hoeft geen kenner te zijn, benieuwd zijn is genoeg.

Dinsdag 14 april 2026 · 19:30–21:15 uur · Pelgrimsherberg Kafarnaüm, Vessem · bijdrage €10,00 · max. 12 personen · aanmelding noodzakelijk


Wanneer beeld icoon wordt


“Leg je met liefde toe op ieder detail van de icoon, want je werkt in de Aanwezigheid van de Heer.” Zo luidt een oude regel voor de iconenschilder. Ik ben in de laatste fase aangekomen van het schilderen van de Christus Pantocrator.

De lijnen zijn opgefrist. Nu komen de details: mond en baard, lichtaccenten in haar en kleding, de ogen. Het zijn kleine stappen, maar ze brengen de icoon terug tot leven. Met een donkere pupil, de kleuring van de iris en een helder accent ernaast kijkt Christus je aan. Iets begint opnieuw: een blik die je terugroept.

En toch heb ik, strikt genomen, nog geen icoon in handen.

De naam

Wat nog ontbreekt zijn de inscripties. Ze horen van het begin bij het geheel. Niet als afwerking, maar als wezenlijk onderdeel. Ik ontwerp ze eerst op papier: plaatsing, ritme, de vorm van de letters. Daarin is ruimte voor een eigen handschrift, binnen de grenzen van de overlevering.

IC XC

Links en rechts van het hoofd komen vier letters: IC XC. Er staat een klein streepje boven. Niet als versiering, maar om aan te geven dat er letters zijn weggelaten. Deze vier tekens dragen een grotere Naam: het zijn de eerste en de laatste letter van het Griekse ΙΗΣΟΥΣ ΧΡΙΣΤΟΣ — Jezus Christus.

Vier letters die staan voor iets groters. Dat is een icoon zelf ook: het zichtbare op de plank opent iets van het onzichtbare. Dat past bij Christus zelf: Hij is volledig zichtbaar geworden, zonder dat het mysterie verdwijnt. Volledig God én volledig Mens.

Van beeld tot icoon

Zolang dit paneel alleen maar lijnen, kleur en goud draagt, kun je het zien als een religieuze schildering. Met het aanbrengen van IC XC krijgt het beeld zijn naam en wordt het een icoon.

De naam verbindt wat op de plank verschijnt met wat het iconografisch gebed “het oerbeeld in de Hemelen” noemt. Niet de techniek, niet de verflagen, maar de naam maakt dit verband zichtbaar. Daarom wordt gezegd dat een icoon een venster op de eeuwigheid is: je kijkt niet alleen naar het beeld van verf op het hout. Je wordt iets gewaar van de werkelijkheid die daar voorbij ligt.

Bidden voor een icoon is dan ook geen eer bewijzen aan het materiaal. Het gebed is gericht tot God, terwijl de afgebeelde heilige wordt aangeroepen als voorspreker in zijn Aanwezigheid. Zo wordt een plank een plaats van ontmoeting.



Fysiek lesgeven: een begin


Ik dacht dat online de logische route was. Bereikbaar, schaalbaar, onafhankelijk van waar je woont. Toch kwamen er ook andere geluiden: mensen die juist zoeken naar les in een kleine groep, met iemand naast je. En nu komen er mogelijkheden om dat ook aan te bieden. Dus: ik ga fysiek lesgeven.

Ik begin vanuit het atelier in Helmond en verken tegelijk of er ook ruimte is in Heerlen. Kleine groepen van maximaal vier personen, in één of meerdere dagdelen van drie uur. Geen vaste groepscursus met een vast programma: je stelt zelf samen wat je wilt leren. Wie nog nooit een penseel heeft vastgehouden en gewoon wil kijken wat het is, kan beginnen met een kennismakingsdag van twee dagdelen. Wie verder wil, kiest een langer traject — tot en met vergulden met bladgoud. Het tempo en de intensiteit bepaal je zelf.

Er is nog geen vast rooster. Dat is bewust zo gehouden: ik wil eerst peilen wie er is, wat mensen willen leren en wanneer ze beschikbaar zijn.

Wil je weten of dit iets voor jou is? Alle informatie over beschikbare dagen, tijdslots en tarieven staat op de lespagina. Via de knop hieronder kun je vrijblijvend aangeven wanneer je beschikbaar bent en wat je wilt leren. Op basis van de reacties plan ik de eerste data en neem ik persoonlijk contact op.


Hij die Is, God met ons


De Veertigdagentijd is dan begonnen. Voor mij is dit de mooiste tijd van het jaar: een warme uitnodiging om terug te keren naar de kern, naar binnen, weg van de drukte en terug naar God.

Op de eerste zondag putten de gregoriaanse gezangen uit psalm 91. Zinnen als: “Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont…” (Ps. 91,1) en: “Onder zijn wieken vind je een toevlucht” (Ps. 91,4) voelen als een warm bad. Je weet je beschermd, ook wanneer je twijfelt, zoekt en nog niet goed weet hoe je in deze tijd moet beginnen.

In deze weken komt ook het verhaal van Exodus weer voorbij: God die zich aan Mozes kenbaar maakt bij de brandende braamstruik. Hij belooft hem nabij te zijn in alles wat hem te doen staat, tegenover farao én tegenover zijn eigen volk. En die belofte draagt Hij zelfs in zijn Naam die Hij openbaart: “IK ZAL ER ZIJN” (Ex. 3,14).

Die Naam uit het Oude Testament keert terug in bijna elke Christus-icoon, korter, ingekort, maar onmiskenbaar. In het aureool staan drie letters: Ο ω Ν. Ze verwijzen naar het Grieks ὁ ὤν (ho ōn): “Hij die is.” Daarmee wordt zichtbaar dat dit beeld van Christus méér is dan wat je ogen kunnen zien. Hier wordt Hij aangewezen als de Aanwezige.

Detail van een icoon: Christus Emmanuel als jongeling met gouden aureool en rode letters Ο ὤν in het aureool.

En er is bij deze icoon nog een aanwijzing voor de nabijheid van God. Wanneer Christus als jongeling wordt afgebeeld, zonder baard maar al met een volwassen ernst en wijsheid, wordt Hij vaak Immanuel genoemd. Het is de naam uit de profetie van Jesaja: een kind dat Immanuel zal heten (Jes. 7,14; vgl. Mt. 1,23).

Immanuel betekent: God met ons. Dichterbij dan dit kan Hij toch niet komen?

Zo komen in dit ene beeld de tijden van Mozes, van Jesaja én het Nieuwe Testament samen. De onzichtbare God die zich bij de braamstruik bekendmaakte, is ons nabijgekomen in Christus, Immanuel, God met ons.

En wie nu voor deze icoon staat, merkt dat het geen verleden tijd is. Hij is met ons, hier en vandaag, op weg naar Pasen.

Bijbelcitaten naar NBV21



Lijnen en details – Christus Pantocrator


In deze atelierimpressie zie je een werkfase die me telkens weer verrast. Het derde glacis, de laatste transparante laag, maakt het gelaat eerst helder en mysterieus. Maar het resultaat na het opdrogen is wat ontnuchterend: het gezicht oogt vlak en wat flets. Alsof er een sluier overheen ligt

Waar is het beeld gebleven? Het is alsof het gezicht van Christus zich terugtrekt. Alsof alles wat je zorgvuldig hebt opgebouwd ineens uit je handen glipt, en het beeld buiten bereik raakt. Maar de icoon is nog niet af.

Dan is het tijd om de lijnen op te halen, zodat de tekening weer staat. Ook de baardlijnen krijgen nu vorm. En wanneer ik daarna de eerste details aanbreng, gebeurt er iets dat mij telkens verrast: het gelaat gaat opnieuw spreken. Het voelt als een wedergeboorte.

In deze fase is er geen vaste volgorde. Ik beweeg voortdurend tussen de details, en soms ook weer terug naar de lijnen. Het ene moet drogen, terwijl ik ergens anders verder kan. Steeds opnieuw kijken, corrigeren, zoeken naar de juiste samenhang. Zo wordt het gelaat langzaam teruggevonden, bijna contemplatief.

Maar bij de ogen gebeurt er iets anders. De rand van de iris, het bruin dat ik inwas, het aanbrengen van de diepzwarte pupil, dat gaat mee in het tempo van de andere details. En dan, wanneer ik de kleine witte accenten zet, kijkt de icoon opeens terug. Wat net nog vlak en onbereikbaar leek, wordt een levendig gelaat.

Tussen het opdrogen van die laatste transparante laag en de wedergeboorte van het beeld, is één zin uit de regels voor de iconenschilder mij extra lief: Leg je met liefde toe op ieder detail van de icoon, want je werkt in de Aanwezigheid van de Heer. Ik herken daarin ook iets voor het gewone leven: doorgaan met het kleine, wanneer het grote even niet zichtbaar is.



Een kleinere ingang


Iconen en giclée-prints zijn voor veel mensen een grotere aanschaf. Ze zijn het waard, maar daardoor niet voor iedereen even toegankelijk. Zo blijft het bereik van iconen in de praktijk kleiner dan ik zou willen—hoe begrijpelijk dat ook is. In de abdij werden icoonkaarten duidelijk gewaardeerd en ook nu komt de vraag naar kaart-uitgaven regelmatig terug.

Voordat ik aan een schilderdag begin, bid ik het iconografisch gebed en lees ik de regels voor de iconenschilder. In het licht van deze post blijven vooral deze zinnen mij bij:
• vergeet nooit de vreugde om de iconen in de wereld te verbreiden;
• vergeet nooit de vreugde om de heilige de mogelijkheid te geven om door zijn icoon te stralen.

Die regels gaan in de eerste plaats over het schilderen van een originele icoon. Maar ze zeggen ook iets over waarom ik reproducties wil maken: zodat het beeld verder kan komen en vreugde kan wekken, ook in het kleine—een kaart op een bureau, of een kaart die je doorstuurt omdat die heilige of dat feest jou én de ontvanger dierbaar is (of kan worden).

Daarom is de website uitgebreid met een nieuwe service: verkoop via een Redbubble shop. Daar kunnen kaarten en prints op bestelling worden gemaakt en verzonden, meestal zo dicht mogelijk bij de besteller.

Voor nu begint het met een bescheiden aantal iconen, die elk in zeven uitvoeringen te bestellen zijn, waaronder prints en kaarten. De komende weken breid ik het aanbod stap voor stap uit, zodat op termijn ook de andere iconen die ik heb geschilderd daar te vinden zijn.

Wie iets kleins zoekt om mee te beginnen—of iets om door te geven—kan daar terecht. Je vindt meer informatie op de pagina prints en kaarten via Redbubble Via de link onderaan die pagina ga je rechtstreeks naar de shop.



Meedenkers gezocht: leren icoonschilderen

Detail uit het atelier: icoonschilderen in uitvoering

De komende tijd wil ik verkennen of en hoe ik een cursus icoonschilderen (iconen “schrijven”) kan aanbieden. Een cursus opgezet vanuit wat mensen werkelijk nodig hebben om dit ambacht te leren en trouw te blijven aan de weg die erbij hoort. Daarom zoek ik een kleine groep meedenkers: mensen die belangstelling hebben om icoonschilderen te leren en die bereid zijn om met mij te verkennen wat een cursus helpend en haalbaar maakt.

Waarover gaat het gesprek?

In een kort gesprek (maximaal 30 minuten) hoor ik graag wat jij nodig hebt:
•Wat zou jou helpen om de techniek te leren (en niet na twee weken af te haken)?
•Welke vorm past bij jouw leven: online, fysiek (wekelijks of meerdaags), of een combinatie?
•Welke mate van begeleiding is voor jou zinvol?

Het is nadrukkelijk géén verkoopgesprek. Het gaat om luisteren en inventariseren, zodat een eventueel aanbod straks niet alleen in mijn hoofd klopt, maar ook in de praktijk.

Voor wie?

Je hoeft geen ervaren schilder te zijn. Ook als je nog nooit met ei-tempera gewerkt hebt, ben je welkom. En als je al langer schildert en je wilt je verdiepen in deze traditie: ook goed.

Belangrijker is iets anders: dat je openstaat voor de spirituele dimensie van de icoon en voor taal die bij geloof en traditie hoort. Je hoeft geen vaste kerkganger te zijn, maar als dit je helemaal niet ligt, is dit vermoedelijk niet de juiste plek.

Wat gebeurt er na afloop?

Als je meedenkt, laat ik je daarna persoonlijk per mail weten wat ik (nu) uit ons gesprek heb kunnen gebruiken en welke richting zich aftekent.

Wil je meedenken? Stuur me dan een mail op info@atelier-st-isaak.nl (Max Slenter).



De Doop van de Heer: een feesticoon om langzaam te lezen


Onder in de Jordaan, bijna op de rand van het zicht, bewegen kleine figuren mee met de stroom. Je mist ze gemakkelijk als je vluchtig kijkt. En misschien is dat precies wat een icoon van je vraagt: geen snelle blik, maar aandacht. Een feesticoon is geen geestelijk “fastfood”. Wie vertrouwd is met de liturgie herkent op het eerste gezicht al veel, en toch blijven er tekens die zich niet in één keer prijsgeven.

Lees de volledige overweging over deze icoon: Doop van de Heer | Theofanie / Klik hier.


Het mysterie van Kerst: ruimte voor verwondering

Icoon van de Geboorte van Christus

“Het Woord is vlees geworden…” De geboorte van Jezus is een mysterie dat je niet vastpakt, maar ontvangt. In een tijd waarin veel broos is, ver weg én dichtbij, kan verwondering mildheid brengen in een wereld met zoveel verkramping en angst. In deze overweging kijk je mee met de icoon van de Geboorte — naar donker, licht en bladgoud.


Wanneer het licht begint met donker – over negatief licht en de Advent


Op tafel ligt een icoon in wording. Op plekken waar je straks het meeste licht zult zien, verschijnt nu eerst iets anders: een diepe, donkere kleurlaag. Donkerpaars – het voelt bijna tegennatuurlijk. Toch begint het licht hier met donker, het zogeheten negatief licht: een voorbereidende, donkere laag op de plaatsen waar het licht komt.

Iconen worden in lagen opgebouwd, van donker naar licht. De droogtijd van de met water vermengde verf bepaalt het ritme van het schilderen mee: langzaam, aandachtig, stap voor stap. Negatief licht is geen vaste regel; niet elke icoon krijgt zo’n laag. Het is een keuze, een extra stap van voorbereiding.

De adventstijd is een tijd van voorbereiding. Je kunt ervoor kiezen om wat te versoberen, op te ruimen en te luisteren – om ruimte te maken, zodat God kan binnenkomen en je hart kan verlichten.

Het lijkt een beetje op wat er op sommige savannes gebeurt, waar het oude, dorre gras wordt afgebrand. Van een afstand oogt het als verwoesting: zwart land, as. Maar onder die as ligt al iets nieuws klaar. Wanneer de eerste regens komen, verschijnt het tere, jonge groen. Doordat het veld is opengelegd, kan het opkomen en weer leven geven aan de dieren.

Na de donkere laag komt het eerste licht in de icoon. Lichtere kleuren en tonen worden op het donkerpaars aangebracht, maar bedekken het niet helemaal. De lichtere vlakken zijn net iets kleiner en vloeien over in de donkere partijen eronder. Aan de randen blijft het oude nog zichtbaar. De eerdere laag verdwijnt niet: het donker draagt het licht.

Steeds opnieuw verwondert het me hoe rijk deze fase van het schilderen is: technisch uitdagend en tegelijk een uitnodiging tot zelfreflectie. Bij het negatieve licht komt veel samen: concentratie, geduld én de uitnodiging om het donkere aan het Licht te brengen en er afscheid van te nemen. In dat alles voelt deze fase als een steeds terugkerend Adventmoment.

Dat deze voorbereiding op Kerstmis ieder de mogelijkheid geeft om iets ouds met het vuur van de H. Geest te laten verschroeien, zodat het Licht straks mag gaan stralen.

In de video zie je hoe dit negatieve licht wordt opgebouwd. Stapsgewijs, in meerdere lagen met transparante verf.


De stille belofte in het krijt – Advent en de eerste lijnen van een icoon


De plank lijkt leeg, tot het strijklicht valt en de icoon zich in contouren toont. Wat eerst alleen maar een glad, wit vlak lijkt, begint dan voorzichtig iets prijs te geven.

Die spanning van “al wel” en “nog niet” raakt voor mij aan de taal van de Advent, de voorbereidingstijd op Kerstmis. Het is een tijd van uitzien: naar het Kind dat komt, naar meer licht in het donker, naar een belofte voor de toekomst die nog niet zichtbaar is.

Met een scherpe punt kras ik de tekening in de krijtlaag. Als het licht er onder verschillende hoeken langs strijkt, zie je steeds een ander deel van het beeld. De lijnen veranderen mee met het licht: dan weer scherp en helder, dan weer schaduwrijk. Een voorbode van de icoon die er al is én nog komen gaat.

Omdat het hier juist gaat om de icoon van Christus Pantocrator – een Griekse titel (παντοκράτωρ) die meestal wordt vertaald met “Albeheerser”, “Heerser over alles” – doet deze fase mij denken aan de Adventstijd. Het is een tijd van verwachtingsvol uitzien naar de komst van Christus. Daarbij gaat het om meer dan alleen terugkijken naar zijn geboorte op Eerste Kerstdag. Het gaat ook om zijn geboorte nú, in je eigen hart, en om zijn beloofde wederkomst, ooit.

Nu zijn er alleen nog maar lijnen in de krijtlaag. De icoon toont zich als een netwerk van contouren op een witte onderlaag. Dat wit staat in de traditie van het iconenschilderen voor het goddelijk licht dat alles omvat: zoals in wit licht alle kleuren al aanwezig zijn, maar nog verborgen, zo liggen ook hier alle komende kleurlagen al besloten. De lijnen dragen de belofte van de voltooide icoon al in zich, met al zijn goud en kleuren, zijn boodschap en zijn vragen.

In de video hierboven zie je een korte impressie van het inkrassen van de voortekening. De bijna onzichtbare lijnen lichten op in het strijklicht – een klein adventsverhaal geschreven in krijt.

In de voltooide icoon zie je geen witte contourlijnen meer, maar een bijbels tafereel dat zich aan je toont. Daarin komen de tijden samen: wat er toen gebeurde, hoe wij dat geloof nu vieren en verwoorden en de belofte van Gods toekomst met ons – opstanding, eeuwig leven, nieuw licht. Wie zich door zo’n beeld laat aanspreken, komt midden in dat samenspel van verleden, heden en toekomst te staan. En dan dringt zich de vraag op: wat betekent deze icoon, en de belofte die zij draagt, voor mij – hier en nu?


Niets ontstaat zonder een echo van wat er eerder was


De vernieuwde website is live!
De afgelopen maanden werkte ik vooral buiten beeld — onder water: zoeken, studeren, schilderen, schrijven, schrappen, herschrijven, herschikken. Het atelier bestaat sinds 1 mei officieel, maar pas nu voelt het echt zichtbaar worden: met een vernieuwde website en het filmpje De geboorte van een icoon als een soort doopmoment — bovenkomen na de onderdompeling.

Ordenen wat er al was
Ik dacht dat ik de website helemaal opnieuw moest bouwen. Uiteindelijk ging het vooral om ordenen: foto’s, teksten, materialen. Wat er al stond, heb ik bijgeschaafd en aangevuld met wat nog in het archief lag. Door het opnieuw te plaatsen, werd het nieuw zonder dat er iets nieuws bijkwam.

Wat geldt voor het scherm, zo ook aan de werktafel
Bij het schilderen van iconen, werk je met wat de aarde al voortbracht: hout, krijt, huidenlijm, pigmenten uit planten, dieren en mineralen, het bladgoud en het eigeel dat de verf bindt. En als mens, gevormd uit dezelfde stof, orden en verbind ik die elementen opnieuw. Tot er een beeld ontstaat van wat altijd aanwezig was: een heilige — een glimp van het onzichtbare, wat er ook al was, is en altijd zal zijn.

Na maanden onder water mag het nu gewoon zichtbaar zijn. Dat voelt als op adem komen — even kijken wat er aan het licht is gekomen, en wat nog verder mag groeien.

Voel je vrij om verder te bladeren, te kijken en te lezen. En als iets je raakt of vragen oproept: reageer gerust contact op per mail.