De Doop van de Heer: een feesticoon om langzaam te lezen

Een icoon die tijd vraagt

Icoon "De Doop van de Heer | Theophanie" uit 2018 van mijn hand. Christus in de Jordaan, gedoopt door de H Johannes met engelen op de andere oever.
Icoon Doop van de Heer | Theofanie

Onder in de Jordaan, bijna op de rand van het zicht, bewegen kleine figuren mee met de stroom. Je mist ze gemakkelijk als je vluchtig kijkt. En misschien is dat precies wat een icoon van je vraagt: geen snelle blik, maar aandacht. Een feesticoon is geen geestelijk “fastfood”. Wie vertrouwd is met de liturgie herkent op het eerste gezicht al veel, en toch blijven er tekens die zich niet in één keer prijsgeven.

Het gebaar van Johannes, de engelen die toekijken, de duif die op Christus neerdaalt: dat spreekt bijna vanzelf. Maar er zijn ook details die verwonderen: een kleur, de vorm van de rivier, die kleine figuurtjes in de stroom. Niet alles hoeft meteen verklaard te worden. Een raadsel mag er zijn. Het kan je aanzetten tot overwegen, tot lezen, of eenvoudig tot het aannemen van wat het is: een open vraag, om in je hart te bewaren. Soms krijgt zo’n detail later, door tijd, door gebed, of door een onverwachte vondst, zijn plaats en zijn betekenis.

Deze icoon verbeeldt de Doop van de Heer, het moment waarop Jezus, na een verborgen leven van ongeveer dertig jaar, zijn openbare optreden begint. Deze gebeurtenis wordt verteld in de evangeliën van Marcus, Mattheüs en Lucas (vgl. Mc 1, 9–11; Mt 3, 13–17; Lc 3, 21–22). In de Rooms-katholieke kalender vieren we dit feest dit jaar op zondag 11 januari 2026; daarmee sluiten we de kersttijd af. In de oosters-orthodoxe traditie valt deze viering op 6 januari en heet zij doorgaans Theofanie, de Gods verschijning. Een extra accent op de verschijning van God als Vader, Zoon en Geest tijdens de doop.

Het evangelieverhaal is meteen herkenbaar. Daarnaast zijn er opvallende details die zich niet meteen laten begrijpen. De rivierbedding is geen vriendelijke oever, maar een holte, bijna een grot. Christus staat niet gewoon in het water: Hij is er helemaal door omgeven. En onderaan, in de stroom, zijn die kleine figuurtjes. Je vindt deze elementen niet terug in de evangelieteksten van het feest. Je vindt deze elementen niet terug in de evangelieteksten van het feest. Ze horen bij de beeldtaal van de traditie: ze verwoorden inzichten van geloof en gebed, en openen voor de gelovige toeschouwer nieuwe lagen van zien en verstaan.

De wateren in de stroom

Icoon Doop van de Heer 2018, detail: kleine figuren onderin de stroom
Detail: de Zee en Jordaan verbeeld in de wateren

Zo verbeelden die kleine figuren in de stroom de Rode Zee aan Christus’ linkerhand en de Jordaan aan zijn rechterhand. Daarmee wordt zichtbaar dat niet alleen mensen, maar ook de wateren zelf als het ware betrokken zijn bij wat hier gebeurt. Wat de icoon laat zien, wordt in de psalm zo verwoord:

De zee zag en vluchtte, de Jordaan trok zich terug

Psalm 114(113), 3

Daarmee opent zich nog een laag. Deze figuren verwijzen naar de doortochten die de geschiedenis van Gods volk hebben getekend: door de Rode Zee, weg uit Egypte, en door de Jordaan, op weg naar het Beloofde Land. Het zijn momenten van bevrijding en overgang. Ze zijn als voorafbeeldingen: ze laten in het klein zien wat later in Christus voluit gebeurt. Na deze doop in de Jordaan spreekt Jezus over een andere doop die Hij nog moet ondergaan (vgl. Lc 12, 50): zijn lijden, dood en verrijzenis. Pasen, waar een oude werkelijkheid wordt losgelaten en een nieuwe aanbreekt.

In dat licht krijgt ook het doopsel van christenen zijn plaats: het afleggen van het oude leven, en het begin van een bestaan dat door Christus is aangeraakt. Zo verbindt deze icoon in één beeld drie tijden met elkaar. Ze herinnert aan de gebeurtenis zelf, toen Christus afdaalde in de Jordaan. Ze wijst vooruit naar de “andere doop” die Hij nog zou ondergaan. En ze raakt aan het nu: het doopsel in onze tijd, in een concreet leven. Zelfs dat krijgt een teken in de vis rechts onder, als verwijzing naar allen die sindsdien gedoopt zijn en in Christus leven.¹

Een psalmvers als sleutel

Ik vind het fascinerend hoe een icoon soms door één detail als het ware opengaat, en rijker blijkt dan je in een eerste blik ziet. Het beeld blijft zich ontvouwen. Dat gebeurt door uitleg en achtergrond, maar ook gewoon doordat je met een icoon gaat leven: er telkens weer naar terugkeert, erover nadenkt, iets naleest, of onverwacht in de Schrift woorden tegenkomt waarin je het beeld ineens herkent.

Zo viel mij op, toen ik naar voorbeelden van deze icoon zocht, dat de personificatie van de Jordaan meestal aan Christus’ rechterhand is afgebeeld, en die van de Rode Zee aan zijn linkerhand. Een duidelijke verklaring vond ik toen niet.

Ik had het vaak gelezen, maar pas toen zag ik dit:

Zijn linkerhand leg Ik op de zee, zijn rechterhand op de rivier

vgl. Psalm 89, 26

Ik was verbaasd over hoe ik die woorden al die tijd, bijna wekelijks, had gelezen zonder ze werkelijk te zien. En hoe dit kleine detail in de icoon dus nóg een verbinding blijkt te hebben met de Schrift.

Maar met zo’n vondst komt ook een nieuwe vraag. Zou de eerste iconenschilder die deze figuren in het ontwerp opnam, dit psalmvers in gedachten hebben gehad? Misschien is dat wel eigen aan een icoon: ze verbeeldt, wijst en roept vragen op. Ze geeft antwoord, maar is nooit uitgelezen. Ze blijft verwonderen.

¹ In de eerste eeuwen werd de vis een symbool voor christenen en voor Christus. Het Griekse woord ichthys (vis) werd gelezen als een samenstelling van beginletters: Iēsous Christos Theou Yios Sōtēr — “Jezus Christus, Gods Zoon, Redder”. Een vroegchristelijke schrijver uit Carthago, Tertullianus (rond de overgang naar de 3e eeuw), verbindt dit beeld direct met het doopsel: “[W]ij, kleine visjes… worden in het water geboren” (De baptismo 1, 3, vrij vertaald).