Het mysterie van Kerst: ruimte voor verwondering

“Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” (Joh 1,14)

We weten dat Jezus als mens onder ons heeft geleefd. Maar dringt het echt tot ons door dat Hij volledig mens én volledig God was, zichtbaar én toch de Onzichtbare? Hoe wonderlijk en niet te bevatten is dat eigenlijk? Met Kerst stuiten we op het punt waar woorden en verklaringen tekortschieten: God blijft God en wordt toch werkelijk mens. De H. Maximus Confessor (ca. 580 – 662) zegt het scherper en groter:

Het grote mysterie van de goddelijke menswording
blijft voor altijd een mysterie.

Hoe kan het Woord dat vlees geworden is
in wezen dezelfde persoon zijn die volledig bij de Vader is?

Hoe kan hij die van nature God is,
van nature volledig mens worden
zonder dat hij iets van zijn aard verliest,
noch het goddelijke waardoor hij God is,
noch het menselijke waardoor hij mens is geworden?

Alleen het geloof kan deze mysteries bevatten.
Alleen het geloof is werkelijk de essentie en het fundament
van alles wat kennis en begrip te boven gaat.

Bij het vieren van Kerstmis gaat het daarom om geloof: om het aandurven een mysterie te omarmen. De geboorte van Christus laat zich niet beredeneren, niet verklaren. Ze vraagt om ruimte voor het niet-weten. En dat gaat tegen de stroom in van een wereld die liefst alles verklaart, ordent en beheerst. Tegelijk beseffen we, als we eerlijk zijn, hoe weinig planbaar het leven is. Het wereldnieuws en wat er dichter bij huis gebeurt, maken die breekbaarheid telkens opnieuw voelbaar. Kerstmis wordt zo een uitnodiging: niet om de werkelijkheid te ontlopen, maar om er anders in te staan. Met verwondering.

Verwondering is dan geen gevoel, maar een houding: even ophouden met grijpen en verklaren, en je aandacht richten op ontvangen. Ruimte maken voor het niet-weten. Verwondering kan zo een tegengif worden tegen de verkramping die angst met zich meebrengt: ze opent het hart, maakt je weer aandachtig, en opent je ogen voor wat je eerder niet zag. Als je die verwondering wilt oefenen, hoef je niet ver te zoeken: de icoon van de Geboorte biedt genoeg stof tot verwondering. Niet om het mysterie vast te grijpen, maar om je erdoor te laten raken.

Icoon Christus' Geboorte 2014
atelier sint Isaak van Nineveh / Max Slenter

Kerstmis is geen zoete bedoeling, en de icoon van de Geboorte laat dat ook niet zien. Geen idyllisch plaatje, maar een wereld van armoede en dreiging, waarin de Almachtige als kwetsbaar Kind de geschiedenis binnenkwam. De grot is bijna zwart: teken van duisternis, van Hades – de onderwereld en van een God-niet-kennen.

Daarin ligt het Kind als licht dat opgaat in de nacht:

O Oriens, Dageraad,
glans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid;
kom en verlicht hen
die in duisternis en in de schaduw van de dood leven.¹

De os en de ezel “weten” niets in onze zin van het woord, maar ze herkennen hun Meester en richten zich naar Hem, al zijn ze omringd door het donkere. En wat op het eerste gezicht een kribbe lijkt, is een altaar: een verwijzing naar zijn lijden en dood, zijn neerdaling in Hades, én zijn verrijzenis die nog komt. Zo schemert Pasen al door in het beeld van Kerst.

En zelfs het doel van Pasen wordt in deze icoon al weerspiegeld. De hele aardse scène wordt omgeven door bladgoud: niet als decoratie, maar als teken van Gods eigen licht en glorie. Het goud verwijst naar die eeuwigdurende dag waarop de zon niet onder zal gaan. De aan ieder van ons beloofde dag waarin Gods licht alles omvat.

Tussen dat eerste licht, daar in de donkere grot, en die goddelijke, eeuwigdurende dag staan wij in het nu. Je kunt toeschouwer blijven en het beeld mooi of interessant vinden. Maar je kunt ook in het mysterie stappen: de uitnodiging aannemen om God niet alleen te overwegen, maar te ontvangen. In het hart. Precies dát vraagt dit feest ons, zoals de mysticus Meister Eckhart (ca. 1260 – ca. 1328) het verwoordt:

Wij vieren het feest van de Eeuwige Geboorte
die God de Vader heeft voortgebracht
en die nooit zal ophouden hiermee verder te gaan
tot in de eeuwigheid…
Maar als [de Geboorte] niet plaatsvindt in mij,
wat heeft het dan voor nut?
Alles gaat hierom, dat het plaatsvindt in mij

Wie de geboorte van Christus alleen ziet als een eenmalige gebeurtenis in het verleden, doet geen recht aan Gods liefdevolle zelfgave: dat Hij zichzelf heeft gegeven in Jezus Christus. In het mysterie dat Meister Eckhart “de Eeuwige Geboorte” noemt, blijft die zelfgave doorgaan: de Vader kan niet ophouden de Zoon voort te brengen. Die beweging van geven en ontvangen is ook voor ons bedoeld, hier en nu.

De Eeuwige Geboorte wil zich vandaag voltrekken, niet groots maar in de luwte: in een zachtere blik op de ander, in woorden die je inslikt, in het loslaten van willen begrijpen en grijpen. Zodat verwondering ruimte krijgt, ruimte voor het niet-weten. Daar kan Christus geboren worden: niet als idee, maar als een andere manier van aanwezig zijn, voor jezelf, voor je naasten en voor wie je nog niet kent, in dezelfde werkelijkheid.

Het mysterie toelaten verandert je blik, maar dat gaat zelden vanzelf. We hoeven het ook niet alleen te dragen. Juist nu, in de donkere dagen voor Kerstmis, reikt de liturgie ons een hymne aan als gebed²: vragen om licht, vragen om liefde. En laat dat genoeg zijn.

Verbum supernum prodiens
a Patre olim exiens,
qui natus orbi subvenis
cursu declivi temporis
Illumina nunc pectora
tuoque amore concrema

Woord uit den hoge dat verschijnt,
eertijds uitgaand van de Vader,
Gij, geboren, komt de wereld
helpen aan het eind der tijd
Vul ons hart nu met uw licht,
steek het met uw liefde aan


¹ Een van de O-antifonen (21 december), gezongen bij het Magnificat tijdens de Vespers (avondgebed).
² Hymne uit het Getijdengebed: Metten in de Adventstijd.