Aankondiging van de Heer – Hoogfeest van 25 maart

Op de icoon van de Aankondiging van de Heer, hangt een rode doek. Gedrapeerd tussen de twee gebouwen, hoog in het midden van de afbeelding. Het oog van de een valt er meteen op. Een ander gaat er aan voorbij.
Geef je het aandacht, zie je meer. Over die doek loopt een straal vanuit de Hemel die zich opent in drie lijnen naar Maria. Boven die drie lijnen een kleine cirkel met een spiraal, wat de werking van de heilige Geest verbeeldt. Zoals de engel zegt in het evangelie van Lucas: “De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw overdekken.” Pneuma of Ruach zijn de woorden die daarvoor gebruikt worden: luchtbeweging, adem, geest. Iets wat je niet ziet maar voelt.
De drie stralen zijn niet gelijkmatig verdeeld. Dat is geen vergissing. Als je ze volgt, zie je dat ze Maria raken op drie betekenisvolle plaatsen. De eerste raakt haar mond: haar toezegging, “De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.”(Lucas 1: 38) De tweede haar hart: de plaats waar het echt gebeurt, de toewending en het ontvangen. Door haar ja werd Hij in haar al geboren, in het verborgene. Op sommige iconen wordt in haar hartstreek dan ook subtiel de Christus Emmanuel afgebeeld. De derde straal reikt tot haar schoot, waar de vrucht van haar toezegging uit voort kwam: de verschijning van Christus in het vlees .
Dit zijn betekenissen die ik als schilder heb ingebracht, niet opgelegd door de iconenschilderstraditie. Maar ze verbeelden wel degelijk essentiële aspecten van wat er bij de viering van dit feest voorbijkomt. Zo zijn iconen enerzijds een weerspiegeling van de Traditie, anderzijds mede-gekleurd door de schilder zelf.
De rode doek
En dan is daar nog die rode doek. Die intrigeert mij mateloos, sinds ik de icoon voor het eerst heb geschilderd. Elk detail in een icoon heeft een functie, zagen we al. Voor de doek is dat: aangeven dat deze gebeurtenis binnenshuis afspeelt. De traditie geeft geen andere betekenis. Maar ik kan moeilijk geloven dat die doek alleen een aanwijsfunctie heeft, terwijl zoveel andere details meer dimensies hebben.
Neem de gebouwen. Ze verwijzen naar de Tempel als heilige plaats. En als je dan ook nog het woord van Paulus kent: “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God?” (1 Kor. 6:19), zie je hoe rijk één detail kan zijn. Een overvloedige bron voor mijmeringen. Die van mij gaan verder.
Scharlaken, purper en het voorhangsel in de Tempel
Naar dat klosje in haar linker hand. Felrood. Het zitkussen op de troon: dezelfde kleur. En daarboven: de rode doek. Hetzelfde rood. Toeval?

Het Proto-evangelie van Jacobus 1 vertelt dat Maria als meisje opgroeide in de Tempel. Toen de priesters besloten een nieuw voorhangsel te weven voor de Tempel, het gordijn dat het Heilige der Heiligen afschermde van de wereld buiten, werd er geloot wie welke draad zou spinnen. Het lot van het scharlaken én het purper viel op Maria. En precies op dat moment, terwijl zij spint, verschijnt de engel.
De rode draad in haar hand is dus niet zomaar draad. Het is het materiaal van het voorhangsel van de Tempel.
Dat voorhangsel krijgt in het Nieuwe Testament een nieuwe, diepere betekenis, waarbij ook de kleuren die juist Maria mag spinnen veelzeggend zijn. Scharlaken, het rode, staat voor bloed, voor vlees en bloed, voor de menselijke gestalte die Christus zal aannemen. Purper verbeeldt koninklijke waardigheid en verwijst naar Christus als Koning der Koningen en zo naar zijn Goddelijkheid. Beide kleuren worden samengeweven tot één geheel. De brief aan de Hebreeën trekt die lijn door: “Dankzij het bloed van Jezus kunnen we vrijmoedig binnengaan in het heiligdom, langs een nieuwe en levende weg die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees.” (Heb. 10:19-20)
Zij heeft met haar vingers de draad voor het voorhangsel bereid. In haar eigen lichaam heeft de Geest het rood en het purper verweven tot de God-Mens, Jezus Christus. Zodat Irenaeus van Lyon, een van de vroegste kerkvaders, kon schrijven: “Hij werd wat wij zijn, opdat Hij ons zou maken tot wat Hij is.” Niet als metafoor, maar als werkelijke bestemming.
Op iconen van de Aankondiging waarop de rode doek te zien is, heeft het klosje nagenoeg dezelfde felrode kleur als de doek bovenin. Bij mij dringt zich dan de vraag op: verbeeldt die doek het voorhangsel? De Traditie vermeldt het niet, en ik weet niet of schilders bewust die verbinding hebben willen leggen.
Maar wat als?
De binnenkamer
Dan vindt deze scène niet zomaar binnenshuis plaats. Dan laat zij zien dat zij plaatsvindt in het Allerheiligste, daar waar God is, de plek waar hemel en aarde elkaar raken. Het is in dit heiligdom dat Zacharias zijn visioen ontvangt: de aankondiging van Johannes de Doper door de engel.
Maar de schrift is er duidelijk over: Maria was op dat moment niet in de Tempel, maar thuis. Door het voorhangsel af te beelden buiten de Tempel kan de icoon verwijzen naar wat Jezus zegt tegen de Samaritaanse vrouw aan de bron: dat de Vader aanbeden wil worden in geest en waarheid, niet gebonden aan een heilige plaats. (cf. Joh. 4:23) En om te bidden vraagt Jezus zijn leerlingen naar de binnenkamer te gaan, de deur te sluiten: “trek je dan terug in je huis, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.” (Mat. 6:6)
Die binnenkamer is van oudsher niet alleen een fysieke ruimte. Het is het hart. Niet het hart dat we voelen kloppen maar het binnenste van de ziel. Als de mens — zoals Paulus schrijft — zelf een tempel is, dan is dat hart het Allerheiligste. De plek waar de Aanwezige wacht. Augustinus ontdekte het ook: “U was binnen in mij.” (Confessiones X, 27)
In die binnenkamer heeft Maria geluisterd, gevraagd, overwogen en ja gezegd. Toen, in Galilea. Maar de icoon bevraagt ook mij nu: mag Hij in mij geboren worden?
1 Een vroegchristelijke tekst die niet in de bijbel staat, maar eeuwenlang de liturgie, de theologie en de iconografie van de kerk heeft beïnvloed.
Bijbelcitaten zijn uit de Herziene Statenvertaling en NBV21 genomen.

